De vraag:

Is het afleggen van een geloofsbelijdenis, zoals in gereformeerde kerken gebruikelijk is, wel ‘sola scriptura’? Of anders gezegd: leert de Bijbel zo’n belijdenis?

Het antwoord:

Is het afleggen van een geloofsbelijdenis, zoals in gereformeerde kerken gebruikelijk is, wel ‘sola scriptura’? Of anders gezegd: leert de Bijbel zo’n belijdenis?

Ja, waar in de Bijbel wordt opgeroepen om in de kerk openbare belijdenis te doen? Met als een van de belangrijkste redenen om vervolgens deel te mogen nemen aan de vele rituelen binnen deze kerk.

Om dan nog niet te spreken over de verschillende soorten van belijdenis die men kent in de kerken. Ik houd mij bij deze twee:

  1. Op een historisch geloof.
  2. Op een waar zaligmakend geloof.

Alleen dit al, dat er meerdere denkwijzen over zijn, zegt al iets.

Is het dan verkeerd om je geloof in het openbaar te belijden? Nee, natuurlijk niet. (Mattheüs 10:32)

Maar het moet niet als voorwaarde gelden, met alle gevolgen van dien! De leer die alhier geleerd wordt als de enige ware leer, waarop men met ja moet antwoorden, is toch best een dominante houding ten aanzien van Gods Woord.

Met als opdracht dat wij juist, als de Bereërs, het Woord zouden onderzoeken of de dingen alzo waren (Handelingen 17:11, Johannes 5:39), en dus zelf onze verantwoordelijkheid zouden nemen.

En eigenlijk stelt men hun kerk(verband) als de gemeente van Christus.

Misschien is het beter om te bezien wat God ziet als Zijn gemeente, waarvan Hij het Hoofd is!

God spreekt in het Nieuwe Testament in het openbaar over Zijn gemeente als: Zijn loon, Zijn heerlijkheid, enz. Maar bovenal als Zijn lichaam. Het zijn diegenen die na de opstanding van onze Heere Jezus Christus Zijn Geest in zich hebben ontvangen. (Romeinen 8:11, Efeze 1:13, 1 Johannes 4:13, enz.) Denk aan Pinksteren!

Als gemeente van eerstelingen (eerstgeborenen). Want het is Zijn gemeente, die voortkomt uit Hemzelf. Hij draagt daar verantwoordelijkheid over. Dit wordt heel uitgebreid beschreven in Efeze 5.

Efeziërs 5:23-31: Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams! Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles. Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord; Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk. Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente! Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen! Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen. Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.

Wij zijn als gemeente alleen iets verschuldigd aan ons ware Hoofd: om ons onderdanig op te stellen aan Hem, en aan niemand anders.

Nogmaals: is het dan onbijbels om belijdenis te doen, met alle gevolgen van dien?

Niemand zou heerschappij voeren over het erfdeel des Heeren. (1 Petrus 5:3) Het is van Hem! Hij voedt en onderhoudt het! Hij draagt zelf die heerschappij! Hij draagt verantwoordelijkheid! Wij zouden ons dus aan Hem alleen onderwerpen en daar onze verantwoordelijkheid in nemen, levend vanuit deze wetenschap.

Onze verantwoording is voor Hem alleen. En wij behoeven dit niet te belijden voor wie dan ook, en niet voor een kerk(gemeenschap) die claimt deze rechten te hebben, ze ook laat gelden en zich daarmee uiteindelijk verheft boven al de anderen (gelovigen), en daar consciënties aan verbindt.

Dan als laatste: u moet maar eens Johannes 17 lezen, als Hij Zijn werk voor Zijn gemeente doet.

Als Jezus bidt in Johannes 17:21: Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn. Dat is pas een eenheid, die wij in kerken absoluut niet vinden! Dit gebed is wel degelijk verhoord. Niet in kerk(verbanden), maar in Hemzelf.

Het is Zijn gemeente, met een hemels burgerschap. Filippenzen 3:20: Maar onze wandel (burgerschap) is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.

En wij zijn nu dus al gezet in de hemel. Efeziërs 2:6: En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.

Een hemelse roeping, vele malen hoger dan al het aardse gedoe. Daarom bedenken wij, als Zijn gemeente, de dingen die boven zijn, en niet die op de aarde zijn.

Leert de Bijbel dus zo’n belijdenis? In geen geval.

Geef een reactie

Beantwoord door:

Deel dit op:

Meer vragen en antwoorden:

Ook een vraag?

Mag ook een andere naam of gebruikersnaam die anoniem is.
Zodra de vraag online staat, sturen wij een e-mail. Heb je geen e-mailadres ingevuld? Houd dan onze website en socials in de gaten.