

De vraag waarom de Heer op een ezel reed – daarvoor neem ik u mee naar Romeinen 1:20, waar staat:
Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.
Niet alleen Zijn Woord vertelt ons wie de Schepper is, maar ook Zijn schepping. Net zoals men de hand van Rembrandt herkent aan zijn schilderijen, zo herkent men in de schepping de Schepper.
Psalm 19 zegt dat de sterrenhemel het werk van Zijn handen verkondigt. 1 Petrus 1:24 zegt dat het gras vertelt van ons kortstondig leven. Ook wordt de Heer Zelf vergeleken met een schaap, een lam en een leeuw.
Maar wat vertelt ons de ezel?
Hij heeft grote oren.
Hij draagt een kruis op zijn rug.
Hij balkt de Naam van God, namelijk “IA”, dat wil zeggen: Jehovah.
De ezel is een type van Christus en van de gemeente. Zij zijn beiden kruisdragers. Wij dragen de Naam des Heeren in onze mond. Wij hebben grote oren, want het geloof is uit het gehoor.
Dat de Heer rijdt op een ezel 🫏 is een beeld van Zijn vernedering. Want bij Zijn tweede komst zal Hij als de Verhoogde rijden op een paard 🐴 (Openbaring 19:11).
Denk ook aan hoe de ezel van Bileam de zegen sprak in plaats van een vloek.
Of hoe Simson duizend man versloeg met een ezelskaak – een kaak waarin water (speeksel) zit.
Ook weer een prachtig beeld van hoe het Levende Water de dood overwon.
Of de zegen van Issaschar: sterk van gebeente als een ezel, liggend tussen twee schaapskooien.
En ten slotte: een ezel stoot zich in het algemeen niet twee keer aan dezelfde steen. De Steen is Christus (1 Korinthe 10). De ezel is hier een type van het gelovig overblijfsel van Israël, dat straks de toevlucht zal nemen tot de Steen, onze Heer Jezus Christus.