De vraag:

In 1 Samuel 18:10 staat er “de boze geest van God”. Hoe kan God een boze geest hebben als er in Hem geen kwaad is?

Het antwoord:

1Sa 18:10 En het geschiedde des anderen daags, dat de boze geest Gods over Saul vaardig werd, en hij profeteerde midden in het huis, en David speelde op snarenspel met zijn hand, als van dag tot dag; Saul nu had een spies in zijn hand.
1Sa 18:12 En Saul vreesde voor David, want de HEERE was met hem, en Hij was van Saul geweken.

De HEERE was dus eerst met hem, echter later van Saul geweken, zoals in 1Sa 16:14-15 staat.

1Sa 16:14 En de Geest des HEEREN week van Saul; en een boze geest van den HEERE verschrikte hem.
1Sa 16:15 Toen zeiden Sauls knechten tot hem: Zie toch, een boze geest Gods verschrikt u.

God heeft macht over de boze geest(en) (satan) – en later in nieuwe testament blijken de apostelen dat ook te hebben… (Mark. 3:5) en Paulus (Hand. 19:12)

Vergelijk onderstaande teksten, het blijkt duidelijk dat boze geesten, leugengeesten, ofwel satan, vaker zijn ‘gang mag gaan’ (om het zo maar even plat te noemen).
Job 2:6 En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.
Job 2:7 Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.

1Kon. 22:20 En de HEERE zeide: Wie zal Achab overreden, dat hij optrekke en valle te Ramoth in Gilead? De een nu zeide aldus, en de andere zeide alzo.
1Kon. 22:21 Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden.
1Kon. 22:22 En de HEERE zeide tot hem: Waarmede? En hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. En Hij zeide: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.
1Kon. 22:23 Nu dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven; en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.

Richt. 9:22 Als nu Abimelech drie jaren over Israel geheerst had,
Richt. 9:23 Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;

Als je hierna 1 Sa. 18:10 en 1Sa 16:14-15 nog een keer leest, lijkt het duidelijk te zijn wat het inhoud. Het komt vaker voor. (Job, 1 Kon., Richt.) En kun je niet anders concluderen dan van het woord ‘van’ (‘de boze geest van God’) geen bezittelijk voornaamwoord te maken…

Ps: Wat de reden is dat God van Saul wijkt, blijkt uit de geschiedenis van Saul en de waarzegster de Endor. 1Sa. 28:16-18.

Wij zien Hem met eer en heerlijkheid gekroond, en door geloof in Hem, krijgen we deel aan Zijn Geest. De Geest van Christus (wone rijkelijk in u….),Hij die licht is.
1 Joh. 1:5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.

Beantwoord door:

Deel dit op:

Meer vragen en antwoorden:

Ook een vraag?

Mag ook een andere naam of gebruikersnaam die anoniem is.
Zodra de vraag online staat, sturen wij een e-mail. Heb je geen e-mailadres ingevuld? Houd dan onze website en socials in de gaten.