
Deze vraag omvat vele Bijbelse zaken en misschien zijn er na beantwoording van deze vraag weer andere vragen. Om te beginnen leert de bijbel dat wanneer iemand tot geloof komt in de Here Jezus Christus Hij eeuwig leven ontvangt (Johannes 3:16). We leren hieruit dat verlossing tot stand komt door de Here Jezus Christus, door Zijn dood en opstanding.
Van de Here Jezus Christus lezen we in 1 korinthe 15:20-24 het volgende:
Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn. Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst. Daarna zal het einde zijn.
Christus is de Eersteling geworden van een nieuwe schepping. Dit begrip Eersteling houdt in dat Hij de Eerstgeborene is uit de doden (Kol 1:18). Hij die het eerstgeboorterecht heeft ontvangen. Het is Christus die als eerste nieuw onvergankelijk leven aan het licht heeft gebracht, nadat de Heer opstond uit de dood heeft Hij de dood te niet gedaan en is er nieuw leven aan het licht gekomen. Het is dan ook de Heer die na Zijn opstanding voer ten Hemel en een positie in de hemel bekleedde naast Zijn Vader. (Hebr 1). Christus is dus de eerste met een Hemelse positie.
Wanneer mensen tot geloof komen na de opstanding van Christus in de opgestane Christus dan ontvangt men eeuwig leven. Hiernaast leert Efeze 2 dat wij dan vervolgens bij wedergeboorte met Christus gezet worden in de Hemel (Efeze 2:6). De gelovige vandaag de dag is dus al in de hemel, hij heeft een hemelse positie. Dit kan ook niet anders omdat Christus het Hoofd is en de gemeente is het Lichaam van Christus. Dit is éénheid. Waar het Hoofd is daar is ook Zijn Lichaam. Wanneer een gelovige na de opstanding van Christus sterft dan doet hij zijn ogen open in de Hemel waar hij feitelijk al was. Hij legt bij zijn sterven alleen het aardse af.
Dit principe geldt voor alle gelovigen na de opstanding van Christus tot aan de opname van de gemeente. In 1 Thessalonicenzen 4 lezen wij dat de Heer zijn gemeente komt halen en dat elke gelovige van na de opstanding een hemels lichaam zal ontvangen. Hierna komt er een andere periode in de heilsgeschiedenis.
Bovenstaande principe bevestigd 1 korinthe 15 ook namelijk dat Christus de eersteling is en daarna die van Christus zijn. Wij worden genoemd eerstelingen van een nieuwe schepping, dit houdt onder andere in dat wij een hemelse positie hebben.
Voor de gelovigen uit het oude testament betekent dit dat zij geen hemelse positie hebben. Zij leefden en stierven immers voor dat de Eersteling Christus opstond. Voordat de Heer opstond was er nog geen nieuw onvergankelijk leven aan het licht gebracht. In het hoofdstuk van de geloofshelden uit Hebreeën 11 lezen we dat de aartsvaders de belofte niet hebben verkregen (Hebr 11:13). Zij allen zijn in het geloof gestorven en hebben de belofte niet verkregen namelijk de stad die fundamenten heeft namelijk het Hemelse Jeruzalem. Zij hebben het van verre gezien, geloofd en omhelsd echter hebben zij de belofte niet verkregen, ze waren begerig naar het hemelse (vers 16).
In vers 39 van Hebreeën 11 staat het volgende:
En deze allen, hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen; Alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden.
De geloofshelden uit het Oude Testament hebben de belofte niet verkregen (het Hemelse) omdat God wat beter voor ons voorzien had, namelijk de gemeente vandaag de dag heeft een hemelse positie.
De gelovigen van het oude testament zijn naar het dodenrijk gegaan toen zij stierven. Dit geldt overigens voor de gehele mensheid, wanneer iemand sterft gaat diegene naar het dodenrijk. De enigste uitzondering zijn de gelovigen in onze bedeling namelijk gelovigen welke leven tussen de opstanding van Christus en de opname van de gemeente. Het dodenrijk vinden we terug in het oude testament als zijnde het woord Sheol, in het nieuwe testament is dit hades. In Genesis 37:35 wordt voor het eerst gesproken over Sheol en dat wordt vertaald met graf en zien we ook gelijk de betekenis namelijk die van nederdalen, een plaats die laag gelegen is. Sheol kan ook aangeduid worden met een plaats onder de aarde.
Het is een plek waar de doden naar toe gaan (geestelijk gezien), lichamelijk dalen zij af in het graf.
Lees nummeri 16:30, 1 Samuël 2:6.
Wanneer men sterft voor de opstanding van Christus, na de opname van de gemeente of als ongelovige tijdens onze bedeling dat komt men terecht in de eerste dood. Op de jongste dag zal er een opstanding plaatsvinden. Degene die gelooft hebben zullen opstaan en op de nieuwe aarde terecht komen, degene die niet geloofd hebben in hun leven zullen in de tweede dood terecht komen en verdwijnen.
De gelovige van voor de opstanding als de gelovige van na de opname van de gemeente zal dus wachten op de jongste dag (ongelovigen ook). Zij zijn nu in het dodenrijk. De gelovigen van onze tijd zijn reeds opgewekt en zijn gezet met Christus in de hemel.
De hemel is dus bestemd voor de Eerstelingen. De nieuwe aarde is bestemd voor gelovigen van voor de opstanding + de gelovigen welke leefden na de opname van de gemeente:
Openbaring 20:
En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.
En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.
En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.
En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.
En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.
2 petrus 2:13:
Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.